Diensten:
- Collegiale consultatie
- Diagnostisch onderzoek
- Sociale vaardigheidstraining
- Ondersteuning bij aanmeldingen
- Collegiale consultatie
- Diagnostisch onderzoek
- Sociale vaardigheidstraining
- Ondersteuning bij aanmeldingen
Collegiale consultatie
Collegiale consultatie is een vorm van ondersteuning en begeleiding gericht op de leerkracht en of de intern begeleider, “de collega”. Binnen de zorgstructuur is de leerkracht primair verantwoordelijk voor het pedagogisch didactische handelen. De intern begeleider is op school verantwoordelijk voor de zorgstructuur. Binnen die zorgstructuur heeft de collegiale consulent een adviserende rol. Bij collegiale consultatie roept de consultvrager hulp en advies in van een deskundige collega. Doel is om te komen tot (praktische) tips en adviezen m.b.t. de manier waarop de school om kan gaan met de door hen ervaren problemen van een leerling. De collegiale consultatie wordt gegeven door een ervaren begeleider en is in eerste instantie leerkracht gericht, met een korte tijdsinvestering. Er wordt ingegaan op de hulpvragen van de leerkracht, remedial teacher en/of intern begeleider. In overleg wordt gezocht naar adviezen en oplossingen welke in handelingsplan(nen) worden vastgelegd.
Aanmelding
De internbegeleider/leerkracht kan na overleg en in samenspraak met de ouders van de leerling een aanvraag doen voor collegiale consultatie. Een aanvraag wordt in behandeling genomen nadat de betreffende intakevragenlijsten ingevuld en ondertekend zijn ingeleverd bij Tabitha Verburg die beoordeeld of het dossier doorgestuurd kan worden naar de teamleider van Expertiseteam Schaepman. (de intakevragenlijst groep 1 en 2 of de intakevragenlijst groepen 3-8 en de intakevragenlijst ouders). Ook het registratieformulier dient ingevuld meegezonden te worden.
( zie www.expertiseteam.nu Formulieren ) Ook is het mogelijk dat collegiale consultatie volgt naar aanleiding van een psycho-diagnostisch onderzoek. Tevens kan de consulent hulp in roepen van andere deskundigen binnen het expertiseteam.
Collegiale consultatie bestaat uit;
* de intake
* de dossierstudie
* het 1e contact moment school
* de observatie
* het opstellen handelingsadviezen in overleg met IB-er
* 4 volgmomenten (school/ouders)
* het oudercontact
Planning
De uitvoering van de werkzaamheden zullen plaatsvinden in overleg met de betrokken scholen. Het tijdstip tussen de volgmomenten wordt in overleg vastgesteld. Dossier worden op volgorde van binnenkomst in behandeling genomen. Na de intake stelt de teamleider een casemanager aan. De collegiaal consulent die aangewezen is als casemanager zorgt voor de verdere begeleiding en kan ook desgewenst andere deskundigen raadplegen.
Locatie
De contactmomenten zullen op de betreffende school plaatsvinden. Mocht het noodzakelijk zijn dit op een andere locatie te laten plaatsvinden, dan kan dit overlegd worden met de betrokken medewerkers van het expertiseteam.
Specialisaties
Opgrond van de vragen van scholen is een keuze gemaakt in specialisaties collegiale consultatie.
1. Het jonge risico kind (JRK)
2. Lees en spelling problemen
3. Rekenproblemen
4. Gedragsproblemen ( of een combinatie van problematiek)
Collegiale consultatie is een vorm van ondersteuning en begeleiding gericht op de leerkracht en of de intern begeleider, “de collega”. Binnen de zorgstructuur is de leerkracht primair verantwoordelijk voor het pedagogisch didactische handelen. De intern begeleider is op school verantwoordelijk voor de zorgstructuur. Binnen die zorgstructuur heeft de collegiale consulent een adviserende rol. Bij collegiale consultatie roept de consultvrager hulp en advies in van een deskundige collega. Doel is om te komen tot (praktische) tips en adviezen m.b.t. de manier waarop de school om kan gaan met de door hen ervaren problemen van een leerling. De collegiale consultatie wordt gegeven door een ervaren begeleider en is in eerste instantie leerkracht gericht, met een korte tijdsinvestering. Er wordt ingegaan op de hulpvragen van de leerkracht, remedial teacher en/of intern begeleider. In overleg wordt gezocht naar adviezen en oplossingen welke in handelingsplan(nen) worden vastgelegd.
Aanmelding
De internbegeleider/leerkracht kan na overleg en in samenspraak met de ouders van de leerling een aanvraag doen voor collegiale consultatie. Een aanvraag wordt in behandeling genomen nadat de betreffende intakevragenlijsten ingevuld en ondertekend zijn ingeleverd bij Tabitha Verburg die beoordeeld of het dossier doorgestuurd kan worden naar de teamleider van Expertiseteam Schaepman. (de intakevragenlijst groep 1 en 2 of de intakevragenlijst groepen 3-8 en de intakevragenlijst ouders). Ook het registratieformulier dient ingevuld meegezonden te worden.
( zie www.expertiseteam.nu Formulieren ) Ook is het mogelijk dat collegiale consultatie volgt naar aanleiding van een psycho-diagnostisch onderzoek. Tevens kan de consulent hulp in roepen van andere deskundigen binnen het expertiseteam.
Collegiale consultatie bestaat uit;
* de intake
* de dossierstudie
* het 1e contact moment school
* de observatie
* het opstellen handelingsadviezen in overleg met IB-er
* 4 volgmomenten (school/ouders)
* het oudercontact
Planning
De uitvoering van de werkzaamheden zullen plaatsvinden in overleg met de betrokken scholen. Het tijdstip tussen de volgmomenten wordt in overleg vastgesteld. Dossier worden op volgorde van binnenkomst in behandeling genomen. Na de intake stelt de teamleider een casemanager aan. De collegiaal consulent die aangewezen is als casemanager zorgt voor de verdere begeleiding en kan ook desgewenst andere deskundigen raadplegen.
Locatie
De contactmomenten zullen op de betreffende school plaatsvinden. Mocht het noodzakelijk zijn dit op een andere locatie te laten plaatsvinden, dan kan dit overlegd worden met de betrokken medewerkers van het expertiseteam.
Specialisaties
Opgrond van de vragen van scholen is een keuze gemaakt in specialisaties collegiale consultatie.
1. Het jonge risico kind (JRK)
2. Lees en spelling problemen
3. Rekenproblemen
4. Gedragsproblemen ( of een combinatie van problematiek)
Diagnostisch onderzoek
Wanneer wordt een psycho-diagnostisch onderzoek gedaan?
Vanuit de informatie van leerkracht en het leerlingvolgsysteem kan de problematiek van een kind niet altijd helemaal duidelijk zijn. Ook kunnen er tijdens collegiale consultatie vragen worden opgeroepen die aanleiding geven tot een psycho-diagnostisch onderzoek. Er kunnen bijvoorbeeld nog vragen zijn over het intelligentie niveau, de sociaal-emotionele en/of persoonlijkheidsontwikkeling en/of het gedrag van de betreffende leerling. De casemanager van Expertiseteam Dr. Schaepman/ stichting bepaalt samen met de cliënt (ouders/verzorgers en school) de vraagstelling voor het onderzoek.
Wat houdt een psychodiagnostisch onderzoek in?
Een psychologisch onderzoek wordt gedaan in 1 of 2 onderzoeken. De onderzoeker gebruikt tests die de intelligentie van het kind kunnen meten en/of tests die een beeld kunnen geven van de sociaal-emotionele of persoonlijkheidsontwikkeling van het kind. Een intelligentietest bestaat meestal uit een vraag-en-antwoord gedeelte en een doe-gedeelte, waarbij het kind opdrachten uitvoert. Het andere testmateriaal kan o.a. bestaan uit vertelplaten, tekentests en vragenlijsten. Vooral wordt er tijdens het onderzoek op gelet, hoe het kind omgaat met de situatie. Begrijpt het kind snel de opdrachten, kan het goed doorwerken of wordt het bijvoorbeeld snel afgeleid. Beleeft het kind plezier aan wat het kan? Hoe maakt het kind contact en wat kan het zelf vertellen?
Het psycho-diagnostisch onderzoek geeft antwoord op de vraagstelling aan de hand van de verkregen gegevens en heeft een beperkte geldigheidsduur. Het testmateriaal is gestandaardiseerd, er gaat veel wetenschappelijk onderzoek aan vooraf en de procedures voor afname zijn duidelijk vastgesteld. Zo kan er met de resultaten een vergelijking worden gemaakt met prestaties van leeftijdsgenoten. Het onderzoek wordt afgenomen door gekwalificeerde medewerkers.
Een regulier onderzoek bestaat uit;
* anamnese
* afname WISC III (eventueel aanvullende of andere vergelijkbare onderzoeken)
* uitwerking WISC III (en of andere onderzoeken)
* terugrapportage
Dhr. H.Hartendorp (h.hartendorp@expertiseteam.nu)
Drs. Sip Tilstra (s.tilstra@expertiseteam.nu )
Drs. Anne Marie Rosink ( a.rosink@expertiseteam.nu )
Mevr. Ineke Spies- Beekman ( i.spies@expertiseteam.nu )
www.expertiseteam.nu (tabblad Formulieren)
Wanneer wordt een psycho-diagnostisch onderzoek gedaan?
Vanuit de informatie van leerkracht en het leerlingvolgsysteem kan de problematiek van een kind niet altijd helemaal duidelijk zijn. Ook kunnen er tijdens collegiale consultatie vragen worden opgeroepen die aanleiding geven tot een psycho-diagnostisch onderzoek. Er kunnen bijvoorbeeld nog vragen zijn over het intelligentie niveau, de sociaal-emotionele en/of persoonlijkheidsontwikkeling en/of het gedrag van de betreffende leerling. De casemanager van Expertiseteam Dr. Schaepman/ stichting bepaalt samen met de cliënt (ouders/verzorgers en school) de vraagstelling voor het onderzoek.
Wat houdt een psychodiagnostisch onderzoek in?
Een psychologisch onderzoek wordt gedaan in 1 of 2 onderzoeken. De onderzoeker gebruikt tests die de intelligentie van het kind kunnen meten en/of tests die een beeld kunnen geven van de sociaal-emotionele of persoonlijkheidsontwikkeling van het kind. Een intelligentietest bestaat meestal uit een vraag-en-antwoord gedeelte en een doe-gedeelte, waarbij het kind opdrachten uitvoert. Het andere testmateriaal kan o.a. bestaan uit vertelplaten, tekentests en vragenlijsten. Vooral wordt er tijdens het onderzoek op gelet, hoe het kind omgaat met de situatie. Begrijpt het kind snel de opdrachten, kan het goed doorwerken of wordt het bijvoorbeeld snel afgeleid. Beleeft het kind plezier aan wat het kan? Hoe maakt het kind contact en wat kan het zelf vertellen?
Het psycho-diagnostisch onderzoek geeft antwoord op de vraagstelling aan de hand van de verkregen gegevens en heeft een beperkte geldigheidsduur. Het testmateriaal is gestandaardiseerd, er gaat veel wetenschappelijk onderzoek aan vooraf en de procedures voor afname zijn duidelijk vastgesteld. Zo kan er met de resultaten een vergelijking worden gemaakt met prestaties van leeftijdsgenoten. Het onderzoek wordt afgenomen door gekwalificeerde medewerkers.
Een regulier onderzoek bestaat uit;
* anamnese
* afname WISC III (eventueel aanvullende of andere vergelijkbare onderzoeken)
* uitwerking WISC III (en of andere onderzoeken)
* terugrapportage
- Mocht al vooraf, of gedurende het onderzoek blijken dat er een breder onderzoek gewenst is (inzet SMW, aanvullende begeleiding/onderzoeken etc), dan zal dit voor aanvang van deze aanvullende activiteiten gefiatteerd moeten worden door de "klant" indien het een school betreft buiten de Dr.Schaepmanstichting. Aanmelding De internbegeleider/leerkracht kan na overleg en in samenspraak met de ouders van de leerling een aanvraag doen voor onderzoek. Een aanvraag wordt in behandeling genomen nadat de betreffende intakevragenlijsten ingevuld en ondertekend zijn ingeleverd bij de teamleider van Expertiseteam Schaepman. (de intakevragenlijst groep 1 en 2 of de intakevragenlijst groepen 3-8 en de intakevragenlijst ouders). Ook het registratieformulier dient ingevuld meegezonden te worden. (zie blad Formulieren)
Dhr. H.Hartendorp (h.hartendorp@expertiseteam.nu)
Drs. Sip Tilstra (s.tilstra@expertiseteam.nu )
Drs. Anne Marie Rosink ( a.rosink@expertiseteam.nu )
Mevr. Ineke Spies- Beekman ( i.spies@expertiseteam.nu )
www.expertiseteam.nu (tabblad Formulieren)
Sociale vaardigheidstraining voor leerlingen uit groep 4-5-6 en groep 6-7-8
Scholen houden zich steeds meer bezig met sociaal-emotionele ontwikkeling. Toch blijkt het, dat een aantal kinderen hier nog onvoldoende van profiteert. Sommige kinderen missen bepaalde sociale vaardigheden of durven deze niet te gebruiken of te laten zien. Het kind dreigt hierdoor telkens weer in moeilijkheden te komen in de omgang met anderen. Het kind durft geen contacten aan te gaan, vraagt niet of het mee mag doen, komt slecht voor zichzelf op en vertoont teruggetrokken gedrag. Het kan ook zo zijn, dat het kind wegloopt van een conflict, snel ruzie krijgt of zichzelf overschreeuwt in een poging om contact met de ander te maken.
Problemen die kinderen kunnen ervaren naar aanleiding van hun eigen gedrag beïnvloeden de manier waarop ze over zichzelf denken, hoe ze zich voelen en hoe ze zich gedragen.Voorbeelden van negatieve gedachten zijn: ‘ik kan het toch niet, ze vinden me niet leuk, ik mag nooit meedoen, ik krijg weer de schuld’. Gevoelens, die hierdoor kunnen ontstaan zijn: verwarring, onzekerheid, angst, gevoel van tekort gedaan zijn. Gedrag dat hieruit mogelijk voortvloeit is: zichzelf terugtrekken of zichzelf overschreeuwen.
Het onhandige gedrag heeft veelal als gevolg, dat de omgeving hierop negatief reageert. Het kind belemmert op die manier zichzelf om handig te reageren. Het weet immers nog niet hoe het moet. Zo kan het in een negatieve spiraal terecht komen. Het doel van de sociale vaardigheidstraining is het aanleren en ontwikkelen van vaardigheden, die je nodig hebt in de omgang met elkaar en wel zo, dat beiden er een goed gevoel bij hebben.
Het aanleren van sociale vaardigheden komt het meest tot zijn recht in een veilige leeromgeving. Door het opdoen van succeservaringen kan een proces van gedragsverandering op gang worden gebracht. Zo wordt de negatieve spiraal doorbroken, het zelfbeeld verbeterd en het zelfvertrouwen vergroot. Door het blijven oefenen met de aangeboden vaardigheden zal de gedragsverandering zich uiteindelijk ook in situaties buiten de groep laten zien (transfer).
Van de school en de ouders wordt een actieve deelname verwacht, zodat wat geleerd wordt in de training, ook in andere situaties geoefend kan worden.
Contra-indicaties
Voor de sociale vaardigheidstraining van het Expertiseteam komen kinderen in aanmerking bij wie het sociaal onhandige gedrag voortkomt uit tekorten in sociale vaardigheden. Indien het sociaal onhandige gedrag voortvloeit uit ontwikkelingsstoornissen zoals PDD-NOS, ADHD of Asperger, beperkte intelligentie (IQ < 80), een taalstoornis of een problematische gezinssituatie, is deze sociale vaardigheidstraining niet het juiste middel om het kind effectief in zijn ontwikkeling te kunnen steunen. De effectiviteit van de training zal minder zijn, wanneer er in een gezin onvoldoende motivatie of (taal)vaardigheid aanwezig is om het kind te kunnen ondersteunen.
Aanmelding
Om het kind te ondersteunen in het verbeteren van de sociale vaardigheden, kan de school de leerling middels een quickscan (zie website Expertiseteam Dr. Schaepmanstichting) aanmelden voor een sociale vaardigheidstraining bij het Expertiseteam. De aanmelding kan uitsluitend geschieden door de interne begeleider van de school. Via email wordt aan de scholen aangegeven op welk moment kinderen kunnen worden aangemeld en wat de uiterste aanmelddatum is. De aanmelding is geen definitieve plaatsing. Uit alle aanmeldingen selecteert het sovateam de kinderen, die voor de training in aanmerking komen. De interne begeleider stelt de ouders op de hoogte van de definitieve plaatsing. Van de interne begeleider van de school krijgen de ouders bericht of hun kind definitief geplaatst is voor de sociale vaardigheidstraining. Nadat een kind definitief geplaatst is worden de ouders uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst.
Werkwijze en training
Een sovagroep bestaat uit maximaal 8 kinderen. De training wordt gegeven door twee gecertificeerde trainers (sova en Rots&Water). Om optimaal aan de sociale vaardigheden te kunnen werken vindt de training plaats op een neutrale locatie. Daarmee kunnen we waarborgen, dat alle kinderen zich zo veilig en vrij mogelijk voelen. Het groepsproces beïnvloedt in sterke mate het effect van de cursus. Het is daarom van belang dit proces zo positief mogelijk te laten verlopen. We leggen het accent vooral op wat goed gaat (bekrachtigen van handig gedrag) en we proberen de kinderen een positief gevoel over zichzelf te geven. Bij de samenstelling van de groepen speelt de leeftijd een rol. Daarnaast wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling van meisjes en jongens. Het Expertiseteam biedt sovatraining aan voor kinderen uit groep 4-5-6 en voor kinderen uit groep 6-7-8. Thematiek en aanpak verschillen en zijn op de leeftijdscategorieën afgestemd. In de training voor de jongste kinderen staan gevoelens centraal (hoe voel ik me, hoe zal de ander zich voelen, hoe kan de ander zien hoe ik me voel). In de training voor de oudere kinderen gaat het om het aanleren en verbeteren van vaardigheden en het vergroten van het sociaal inzicht.
Wat leren de kinderen tijdens de training?
- hoe kom ik over op de ander?
- hoe kan ik aan een ander laten merken wat ik voel / denk?
- hoe kan ik aan de ander merken wat hij voelt / denkt?
- hoe kan ik de ander laten merken dat ik mee wil doen?
- hoe kan ik aan een ander laten merken dat ik iets niet wil?
- hoe kan ik reageren als iemand iets aardigs of onaardigs tegen mij zegt?
- wanneer zeg ik sorry en hoe dan?
- hoe moet ik reageren als ik kritiek krijg?
- hoe moet ik reageren als ik geplaagd / gepest word?
De concrete invulling van elke bijeenkomst hangt af van het verloop van het groepsproces en de hulpvraag van de kinderen. De training bestaat uit 9 bijeenkomsten. De training voor de jongere kinderen duurt een uur en een kwartier; de training voor de oudere kinderen duurt anderhalf uur. Elke bijeenkomst verloopt volgens een vast patroon:
- praatrondje
- aandacht voor het huiswerk van de voorgaande les
- introductie van het nieuwe thema en de daarbij horende leerpunten
- oefenen in rollenspel met feedback
- aandacht voor de thuisopdracht
- afsluiting
Elk kind ontvangt een eigen sovamap met daarin informatie over de behandelde thema’s en de huiswerkopdrachten. Deze map moet elke les meegenomen worden. In de training wordt gestimuleerd om de map in de klas te laten zien. Op die manier kunnen zowel de deelname aan de training als ook de thema’s en leerpunten in de klas aan bod komen. De aangeboden vaardigheden kunnen goed in de klas geoefend worden. Hiervan profiteren ook de andere kinderen in de groep. Het wordt op prijs gesteld, dat ouders en leerkrachten op het reactieblad in de map succeservaringen van de kinderen belichten. Na elke les ontvangen de ouders en de groepsleerkracht via de email een lesbrief. Hierin staat wat er behandeld is en welke vaardigheid moet worden geoefend. Als afsluiting van de training vindt er een evaluatiegesprek plaats met de ouders. Daarna ontvangt de school een eindverslag.
De training vindt plaats onder schooltijd en wordt gegeven op Scholengemeenschap Beyaert, locatie Schützstraat 18, 7557 RH Hengelo. Ouders dienen zelf voor het vervoer van hun kind te zorgen.
Voor aanvullende informatie kan de interne begeleider van de school contact opnemen met de teamleider van het Expertiseteam (h.hartendorp@expertiseteam.nu). Scholen en ouders kunnen flyers over de sovatraining downloaden (zie website bij formulieren).
Scholen houden zich steeds meer bezig met sociaal-emotionele ontwikkeling. Toch blijkt het, dat een aantal kinderen hier nog onvoldoende van profiteert. Sommige kinderen missen bepaalde sociale vaardigheden of durven deze niet te gebruiken of te laten zien. Het kind dreigt hierdoor telkens weer in moeilijkheden te komen in de omgang met anderen. Het kind durft geen contacten aan te gaan, vraagt niet of het mee mag doen, komt slecht voor zichzelf op en vertoont teruggetrokken gedrag. Het kan ook zo zijn, dat het kind wegloopt van een conflict, snel ruzie krijgt of zichzelf overschreeuwt in een poging om contact met de ander te maken.
Problemen die kinderen kunnen ervaren naar aanleiding van hun eigen gedrag beïnvloeden de manier waarop ze over zichzelf denken, hoe ze zich voelen en hoe ze zich gedragen.Voorbeelden van negatieve gedachten zijn: ‘ik kan het toch niet, ze vinden me niet leuk, ik mag nooit meedoen, ik krijg weer de schuld’. Gevoelens, die hierdoor kunnen ontstaan zijn: verwarring, onzekerheid, angst, gevoel van tekort gedaan zijn. Gedrag dat hieruit mogelijk voortvloeit is: zichzelf terugtrekken of zichzelf overschreeuwen.
Het onhandige gedrag heeft veelal als gevolg, dat de omgeving hierop negatief reageert. Het kind belemmert op die manier zichzelf om handig te reageren. Het weet immers nog niet hoe het moet. Zo kan het in een negatieve spiraal terecht komen. Het doel van de sociale vaardigheidstraining is het aanleren en ontwikkelen van vaardigheden, die je nodig hebt in de omgang met elkaar en wel zo, dat beiden er een goed gevoel bij hebben.
Het aanleren van sociale vaardigheden komt het meest tot zijn recht in een veilige leeromgeving. Door het opdoen van succeservaringen kan een proces van gedragsverandering op gang worden gebracht. Zo wordt de negatieve spiraal doorbroken, het zelfbeeld verbeterd en het zelfvertrouwen vergroot. Door het blijven oefenen met de aangeboden vaardigheden zal de gedragsverandering zich uiteindelijk ook in situaties buiten de groep laten zien (transfer).
Van de school en de ouders wordt een actieve deelname verwacht, zodat wat geleerd wordt in de training, ook in andere situaties geoefend kan worden.
Contra-indicaties
Voor de sociale vaardigheidstraining van het Expertiseteam komen kinderen in aanmerking bij wie het sociaal onhandige gedrag voortkomt uit tekorten in sociale vaardigheden. Indien het sociaal onhandige gedrag voortvloeit uit ontwikkelingsstoornissen zoals PDD-NOS, ADHD of Asperger, beperkte intelligentie (IQ < 80), een taalstoornis of een problematische gezinssituatie, is deze sociale vaardigheidstraining niet het juiste middel om het kind effectief in zijn ontwikkeling te kunnen steunen. De effectiviteit van de training zal minder zijn, wanneer er in een gezin onvoldoende motivatie of (taal)vaardigheid aanwezig is om het kind te kunnen ondersteunen.
Aanmelding
Om het kind te ondersteunen in het verbeteren van de sociale vaardigheden, kan de school de leerling middels een quickscan (zie website Expertiseteam Dr. Schaepmanstichting) aanmelden voor een sociale vaardigheidstraining bij het Expertiseteam. De aanmelding kan uitsluitend geschieden door de interne begeleider van de school. Via email wordt aan de scholen aangegeven op welk moment kinderen kunnen worden aangemeld en wat de uiterste aanmelddatum is. De aanmelding is geen definitieve plaatsing. Uit alle aanmeldingen selecteert het sovateam de kinderen, die voor de training in aanmerking komen. De interne begeleider stelt de ouders op de hoogte van de definitieve plaatsing. Van de interne begeleider van de school krijgen de ouders bericht of hun kind definitief geplaatst is voor de sociale vaardigheidstraining. Nadat een kind definitief geplaatst is worden de ouders uitgenodigd voor een informatiebijeenkomst.
Werkwijze en training
Een sovagroep bestaat uit maximaal 8 kinderen. De training wordt gegeven door twee gecertificeerde trainers (sova en Rots&Water). Om optimaal aan de sociale vaardigheden te kunnen werken vindt de training plaats op een neutrale locatie. Daarmee kunnen we waarborgen, dat alle kinderen zich zo veilig en vrij mogelijk voelen. Het groepsproces beïnvloedt in sterke mate het effect van de cursus. Het is daarom van belang dit proces zo positief mogelijk te laten verlopen. We leggen het accent vooral op wat goed gaat (bekrachtigen van handig gedrag) en we proberen de kinderen een positief gevoel over zichzelf te geven. Bij de samenstelling van de groepen speelt de leeftijd een rol. Daarnaast wordt gestreefd naar een evenwichtige verdeling van meisjes en jongens. Het Expertiseteam biedt sovatraining aan voor kinderen uit groep 4-5-6 en voor kinderen uit groep 6-7-8. Thematiek en aanpak verschillen en zijn op de leeftijdscategorieën afgestemd. In de training voor de jongste kinderen staan gevoelens centraal (hoe voel ik me, hoe zal de ander zich voelen, hoe kan de ander zien hoe ik me voel). In de training voor de oudere kinderen gaat het om het aanleren en verbeteren van vaardigheden en het vergroten van het sociaal inzicht.
Wat leren de kinderen tijdens de training?
- hoe kom ik over op de ander?
- hoe kan ik aan een ander laten merken wat ik voel / denk?
- hoe kan ik aan de ander merken wat hij voelt / denkt?
- hoe kan ik de ander laten merken dat ik mee wil doen?
- hoe kan ik aan een ander laten merken dat ik iets niet wil?
- hoe kan ik reageren als iemand iets aardigs of onaardigs tegen mij zegt?
- wanneer zeg ik sorry en hoe dan?
- hoe moet ik reageren als ik kritiek krijg?
- hoe moet ik reageren als ik geplaagd / gepest word?
De concrete invulling van elke bijeenkomst hangt af van het verloop van het groepsproces en de hulpvraag van de kinderen. De training bestaat uit 9 bijeenkomsten. De training voor de jongere kinderen duurt een uur en een kwartier; de training voor de oudere kinderen duurt anderhalf uur. Elke bijeenkomst verloopt volgens een vast patroon:
- praatrondje
- aandacht voor het huiswerk van de voorgaande les
- introductie van het nieuwe thema en de daarbij horende leerpunten
- oefenen in rollenspel met feedback
- aandacht voor de thuisopdracht
- afsluiting
Elk kind ontvangt een eigen sovamap met daarin informatie over de behandelde thema’s en de huiswerkopdrachten. Deze map moet elke les meegenomen worden. In de training wordt gestimuleerd om de map in de klas te laten zien. Op die manier kunnen zowel de deelname aan de training als ook de thema’s en leerpunten in de klas aan bod komen. De aangeboden vaardigheden kunnen goed in de klas geoefend worden. Hiervan profiteren ook de andere kinderen in de groep. Het wordt op prijs gesteld, dat ouders en leerkrachten op het reactieblad in de map succeservaringen van de kinderen belichten. Na elke les ontvangen de ouders en de groepsleerkracht via de email een lesbrief. Hierin staat wat er behandeld is en welke vaardigheid moet worden geoefend. Als afsluiting van de training vindt er een evaluatiegesprek plaats met de ouders. Daarna ontvangt de school een eindverslag.
De training vindt plaats onder schooltijd en wordt gegeven op Scholengemeenschap Beyaert, locatie Schützstraat 18, 7557 RH Hengelo. Ouders dienen zelf voor het vervoer van hun kind te zorgen.
Voor aanvullende informatie kan de interne begeleider van de school contact opnemen met de teamleider van het Expertiseteam (h.hartendorp@expertiseteam.nu). Scholen en ouders kunnen flyers over de sovatraining downloaden (zie website bij formulieren).
Ondersteuning bij aanmeldingen CvI
Het Expertiseteam kan de basisschool (intern begeleider) ondersteunen bij een aanvraag beschikking voor een commissie van inidicatiestelling (cluster 2, 3 en 4)
Het Expertiseteam kan de basisschool (intern begeleider) ondersteunen bij een aanvraag beschikking voor een commissie van inidicatiestelling (cluster 2, 3 en 4)